Rode Kruis-Aalst

Paraat. Altijd, overal.

 
Skip Navigation Links > Diensten > Bloed geven > Veilig bloed
Skip Repetitive Navigational Links
 

Veilig bloed geeft leven!

Veiligheid van bloed en bloedproducten is een belangrijke zaak voor patiënten die met een bloedtransfusie geconfronteerd worden.

Ons land is één van de veiligste landen op het gebied van bloedtransfusies. In andere landen rijzen er nog vele problemen, denk maar aan de ontwikkelingslanden. Tot op vandaag zijn er 13 miljoen bloedgiften die niet getest worden op HIV en hepatitis B en C, voornamelijk in de ontwikkelingslanden. 80% van de bloedvoorraden is er afkomstig van betaalde donors.

Het Rode Kruis ziet er streng op toe dat de bloedeenheden en bloedproducten beantwoorden aan de hoogste eisen qua veiligheid en kwaliteit. Welke maatregelen worden in ons land genomen om tot een veilig bloedtransfusiebeleid te komen?

Uitgebreide wetgeving

Ons land kent sinds 1961 een uitgebreide wetgeving op bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. De wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong en de Koninklijke Besluiten van 4 april 1996 en van 20 juni 2002 vormen momenteel de basiswetgeving van de bloedtransfusieactiviteiten in ons land.
In deze wetgeving staan heel veel gedetailleerde eisen beschreven om de veiligheid van de bloedtransfusies in ons land te waarborgen. Uiteraard houdt het Rode Kruis zich strikt aan deze regelgeving.

Virusinactivatie

De virusinactivatie wordt toegepast bij de bereiding van virusgeïnactiveerd vers plasma en van stabiele plasmaderivaten (gammaglobulinen, albumine, stollingsfactoren, ...).
Deze virusinactivatie kan echter niet toegepast worden op labiele bloedproducten (erytrocytenconcentraten en bloedplaatjesconcentraten) omdat deze behandeling de cellen vernietigt.

Donorselectie

Vrijwillige en niet-vergoede donors vormen de belangrijkste basis voor de veiligheid van de bloedtransfusies in ons land. Donors komen uit vrije wil en met de bedoeling anderen te helpen door hun gift. Zij worden niet geleid door financiële motieven en zullen daarom géén belangrijke informatie achterhouden. De wet van 5 juli 1994 benadrukt eveneens het vrijwillig niet en niet-vergoede karakter van de giften.

Het Rode Kruis informeert de donors op het moment dat deze zich aanbieden als donor. De donor krijgt, samen met de medische vragenlijst, een uitgebreide folder 'Informatie over AIDS voor bloedgevers, plasmagevers en bloedplaatjesgevers'. Er wordt uitdrukkelijk aan de donor gevraagd om géén bloed te geven als zij een risicogedrag voor AIDS vertonen.

Om sociale druk bij donors uit te sluiten, krijgt elke donor een 'bloedbestemmingsformulier' waarop hij kan vermelden of hij al dan niet een risicogedrag vertoont. Het formulier is anoniem en heeft enkel een nummer, gelijk aan het donatienummer van het bloedzakje. Dit formulier steekt de donor in een speciaal daarvoor bestemde bus, die pas na de bloedinzameling wordt geopend door een bevoegde medewerker. De bloedgiften van donors die op het bloedbestemmingsformulier JA aangeduid hebben worden onmiddellijk vernietigd.

Elke donor moet bij iedere gift een uitgebreide medische vragenlijst invullen. De antwoorden geven een beeld van de gezondheid van de donor en dienen eveneens om elementen naar boven te brengen die risico voor overdracht van aandoeningen inhouden (bv. tatoeage, ...).

Verder brengt de donor een bezoek aan de arts voor een anamnese en een kort medisch onderzoek. Een uitgebreid handboek 'medische donorselectiecriteria' vormt de basis om de donorselectie op een verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren. De enige reden voor het voorschrijven van strenge donorselectiecriteria is het waarborgen van de veiligheid van bloed. Het feit dat het aantal donors dat seropositief wordt bevonden voor HIV in België zo laag is (minder dan 1 op 100.000 donaties) is te danken aan de medewerking van personen die risicogedrag vertonen en zich om deze reden niet aanbieden om bloed te geven.

Het Rode Kruis dankt alle personen die hun verantwoordelijkheid opnemen en geen bloed, plasma of bloedplaatjes geven omwille van een eventueel risicogedrag, omdat zij op deze wijze meewerken aan de veiligheid van de bloedtransfusie in ons land.

Kwaliteitsverzekering

De veiligheid van de transfusie wordt bewerkstelligd door de uitbouw van een integraal kwaliteitssysteem. Standaardisatie en uniformisering in de afnametechnieken en labotesten maken hiervan deel uit.

Laboratoriumtesten

Bij elke gift worden enkele bloedstalen afgenomen die bedoeld zijn voor de laboratoriumonderzoekingen. Alle donaties worden onderworpen aan verschillende testen: opsporing van hepatitis B en C, van AIDS en syfilis, een leverenzymetest (ALT), bloedgroepbepaling (ABO en resusfactor), telling van de bloedcellen, bepaling van de hematokrietwaarde en van het hemoglobinegehalte. Alleen als alle testen goed bevonden worden, wordt het bloedproduct vrijgegeven voor gebruik.

Er is één groot probleem bij deze laboratoriumonderzoekingen, namelijk de vensterperiode bij besmetting. De vensterperiode, ook wel blinde periode genoemd, is de tijdspanne tussen het moment dat een donor besmet wordt én het moment dat deze besmetting kan aangetoond worden in het laboratorium. Het menselijk lichaam heeft immers tijd nodig om antistoffen tegen de virussen aan te maken. Voor HIV bedraagt deze blinde periode gemiddeld 22 dagen met uitsprongen van 3 tot 6 maanden. Voor HCV (virus dat hepatis C overdraagt) bedraagt deze periode gemiddeld 70 dagen en voor HBV (virus dat hepatis B overdraagt) 59 dagen.

Een persoon die besmet is en tijdens deze vensterperiode bloed zou geven, kan het virus doorgeven aan de ontvanger van het bloed ook al is de besmetting in het laboratorium nog niet aantoonbaar. Deze periode is dus een zeer gevaarlijke periode. De kans dat deze situatie zich voordoet voor HIV schat men in België op minder dan 1/2.000.000 tot 3.000.000 eenheden, voor HCV en HBV: 1 op 200.000 eenheden.

Om dit te voorkomen start het Rode Kruis met de kwaliteitsbewaking reeds vóór de donatie zelf. Zo worden onder meer strenge donorselectiecriteria gevolgd en geven de donors op vrijwillige en onbezoldigde basis. Een nieuwe extra veiligheidsmaatregel werd op 1 oktober 2002 ingevoerd. Alle donaties worden onderworpen aan een nieuwe, bijkomende test, de NAT-test of de Nucleïnezuur Amplificatie Test voor hepatitis C en HIV1. Dit is een test waarmee het virus herkend kan worden vóór het lichaam antistoffen aangemaakt heeft tegen dit virus. De gevaarlijke blinde periode zal dus verkleinen. Voor HCV met 47 dagen, blijft nog een blinde periode van 23 dagen over en voor HIV1 met 11 dagen, blijft nog een blinde periode van 11 dagen over. Het residuele risico van een HCV-en HIV-overdracht via bloed verlaagd respectievelijk tot 1 op 703.571 en tot 1 op 4.000.000 - 6.000.000.

Bedankt

Het Rode Kruis dankt alle personen die hun verantwoordelijkheid opnemen en geen bloed, plasma of bloedplaatjes geven omwille van een eventueel risicogedrag, omdat zij op deze wijze meewerken aan de veiligheid van de bloedtransfusie in ons land.