Verspreiding van het Internationaal Humanitair Recht
Het Internationaal Humanitair Recht is het recht dat in oorlogstijd bescherming
biedt aan mensen die niet of niet meer deelnemen aan de oorlog: burgers, strijders
die zich hebben overgegeven, krijgsgevangenen, zieken en gewonden... Ook hulpverleners
worden door dit recht beschermd: dokters, verpleegkundigen, rodekruisvrijwilligers...
De regels in een oorlog zijn vastgelegd in de Verdragen van Genève van 1949 en de
Aanvullende Protocollen van 1977. Vrijwel alle staten in de wereld hebben de Verdragen
van Genève geratificeerd. De staten hebben de plicht deze regels bekend te maken.
Ook het Rode Kruis heeft de specifieke opdracht gekregen de kennis van deze regels
te verspreiden en het ziet erop toe dat de regels door de staten worden nageleefd.
Via lezingen, conferenties, informatievergaderingen, campagnes... trachten rodekruismedewerkers
over de hele wereld regeringen, militairen en burgers bewust te maken. Een moeilijke
taak maar elk mensenleven dat hierdoor gespaard wordt, maakt het voor het Rode Kruis
meer dan waard.
Wat mag en niet mag
- Gewonden en zieken moeten zonder onderscheid worden beschermd, geholpen en goed
behandeld.
- Gevangen genomen strijders en burgers moeten menselijk worden behandeld.
- Er moet altijd een onderscheid worden gemaakt tussen burgers en strijders. De burgerbevolking
mag niet moedwillig worden aangevallen.
- Aanvallen op cultuurbezit en burgereigendommen zijn verboden.
- Onmenselijke of vernederende behandeling, het nemen van gijzelaars, massale executies,
marteling en uithongering zijn verboden.
- Het is verboden wapens en methoden van oorlogvoering te gebruiken die onnodig leed
veroorzaken.
- Het rodekruisembleem moet worden gerespecteerd. Personen en voertuigen die een rodekruisembleem
dragen mogen niet worden aangevallen.
- De medewerkers van het Internationale Rodekruiscomité moeten over de nodige bewegingsvrijheid
beschikken om hun taak te vervullen.
Spijtig genoeg worden de regels niet altijd nageleefd. Strafvervolging voor schendingen
van het Internationaal Humanitair Recht is echter geen zaak van het Rode Kruis.
Normaal hebben de staten de verplichting tot bestraffing over te gaan. Gebeurt dit
niet, dan kan de internationale gemeenschap een tribunaal instellen om mensen die
de regels overtreden te vervolgen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd na de Tweede Wereldoorlog
en gebeurt ook nu voor de oorlog in ex-Joegoslavië en voor Rwanda.