De aanleiding
Stel je even voor dat 40.000 mensen op een slagveld gewond raken, zonder de nodige
verzorging en bijna volledig aan hun lot overgelaten. Je houdt het niet voor mogelijk.
Dat was nochtans het resultaat van een gruwelijke veldslag die in 1859 tussen het
Franse leger onder Napoleon III en het Oostenrijkse leger werd uitgevochten in het
Italiaanse Solferino.
Het idee
Henry Dunant, een Zwitserse bankier, bevindt zich eerder toevallig ter plaatse.
Hij roept de hulp in van Italiaanse vrouwen uit de naburige dorpen en richt hulpposten
op voor de gewonden en zieken van beide partijen. Jammer genoeg komt die hulp voor
velen te laat. Maar Dunant verliest de moed niet. De gruwelen die hem vol verontwaardiging
en medelijden hebben getroffen, schrijft hij op in een boek met de titel "Un Souvenir
de Solférino". "Zou men in vredestijd in alle landen ter wereld geen hulpposten
kunnen oprichten die, in oorlogstijd, de gekwetsten zouden kunnen verzorgen?" vraagt
hij zich daarin af.
Zijn boek kende een grote weerklank. Het beantwoordde aan de humanitaire bewogenheid
van de samenleving in de tweede helft van de 19de eeuw.
Zijn drievoudig voorstel komt samengevat hierop neer:
- In elk land moeten vrijwillige hulpverenigingen worden opgericht die zijn uitgerust
en opgeleid om gewonden op het slagveld te verzorgen en om de ontoereikende medische
diensten van het leger bij te staan of hun plaats in te nemen.
- De gewonden op het slagveld en het medisch personeel en hun uitrusting moeten als
neutraal worden beschouwd en moeten door een kenteken worden beschermd.
- Een internationaal verdrag moet deze voorstellen kracht van wet geven en de bescherming
waarborgen van de gewonden en van het medisch personeel dat hen verzorgt.
De geboorte
Een Zwitserse private vereniging wil hem alvast helpen bij de uitvoering van zijn
voorstellen. Er wordt een commissie gevormd die op 17 februari 1863 het 'Internationale
Permanente Comité van hulpverlening aan gewonde militairen' opricht dat in 1880
het Internationale Rodekruiscomité (ICRC) zal worden. Onder impuls van dit Comité
komen in oktober van datzelfde jaar vertegenwoordigers van 16 Europese staten naar
een vergadering in Genève. Ze keuren het voorstel van Dunant goed om verenigingen
van vrijwillige hulpverleners op te richten. Ook wordt als kenteken een rood kruis
op een wit veld - het omgekeerde van de Zwitserse vlag - vastgesteld. Op 29 oktober
1863 eindigt de conferentie. Deze datum kan beschouwd worden als de geboortedag
van het Internationale Rode Kruis.
De officiële start
Een jaar later roept de Zwitserse Bondsregering een Diplomatieke Conferentie samen
bestaande uit gevolmachtigde regeringsvertegenwoordigers. Deze conferentie keurt
op 22 augustus 1864 het voorstel van het Comité goed en de vertegenwoordigers van
12 landen ondertekenen plechtig het eerste 'Verdrag van Genève tot verbetering van
het lot der gewonden bij de legers te velde in oorlogstijd'. Hierdoor wordt het
Rode Kruis officieel erkend en ontstaat, dank zij het Rode Kruis, het humanitair
recht dat de oorlogsslachtoffers beschermt en in de daaropvolgende jaren ontelbare
mensenlevens zal redden. De Belgische Regering behoorde tot de eerste ondertekenaars.
Nog enkele belangrijke gebeurtenissen
Het aantal nationale rodekruisverenigingen groeit snel. Het Belgische Rode Kruis
is een van de eerste verenigingen die wordt opgericht. In 1876 wordt de Turkse vereniging
opgericht die de rode halve maan als embleem aanneemt, een voorbeeld dat spoedig
wordt gevolgd door de meeste islamitische landen. In 1879 wordt in Peru de eerste
Latijns-Amerikaanse vereniging opgericht, in 1886 ontstaat in Japan de eerste vereniging
in het Verre Oosten en in 1888 in Kongo de eerste Afrikaanse. Bij de voornaamste
conflicten is het Rode Kruis steeds aanwezig.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden de taken van het Internationale Rodekruiscomité
gevoelig uitgebreid door de oprichting van een Centraal Opsporingsbureau in Genève.
120.000 bezoekers komen er inlichtingen zoeken en er worden 5 miljoen steekkaarten
geklasseerd.
Om de uitbouw van nationale rodekruis- en rodehalvermaanverenigingen te stimuleren
wordt in 1919 de Liga van Rodekruisverenigingen opgericht. De Liga heet nu de Internationale
Federatie van Rodekruis- en Rodehalvemaanverenigingen.
Het oorspronkelijke Verdrag van Genève werd regelmatig aangevuld met nieuwe verdragen
die in 1949 door een Diplomatieke Conferentie worden gebundeld in de volgende vier
verdragen:
- het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken zich
bevindende bij de strijdkrachten te velde;
- het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot van de gewonden, zieken en
schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee;
- het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen;
- het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd.
Begin 2003 hebben 190 staten de Verdragen van Genève bekrachtigd.
In 1977 worden twee aanvullende protocollen bij de Verdragen van Genève goedgekeurd
die de bestaande regels ontwikkelen, verbeteren en uitbreiden tot niet-internationale
conflicten.
Tijdens de Internationale Conferentie van Wenen in 1965 worden de 7 Fundamentele
Beginselen van het Rode Kruis aangenomen.
Het Belgische Rode Kruis in vogelvlucht
De eerste resolutie van de conferentie van oktober 1863 in Genève houdt een oproep
in om nationale rodekruisverenigingen op te richten. In België wordt hierop heel
snel gereageerd. Reeds op 4 februari 1864 grijpt in Brussel de stichtingsbijeenkomst
plaats van een nationale rodekruisvereniging die in april 1865 definitief wordt
opgericht. Daarmee is het Belgische Rode Kruis de oudste nog bestaande nationale
rodekruisvereniging.
Na de eerste wereldoorlog en de oprichting van de Liga wordt ook de structuur van
het Belgische Rode Kruis aangepast aan het werk in vredestijd. In 1922 wordt in
Brussel de hoofdzetel opgericht en ontstaan verschillende diensten zoals Jeugd Rode
Kruis, ambulancedienst, bloedtransfusiedienst en ziekenhuisbibliotheek.
Rode Kruis-Vlaanderen
Tot de Tweede Wereldoorlog is het Belgische Rode Kruis zowat een uitsluitend Franstalige
aangelegenheid. Met de benoeming in 1942 van een Nederlandstalige adjunct-directeur-generaal
komt daar verandering in. In 1961 worden de statuten in overeenstemming gebracht
met de bestaande taalwetgeving. De verdere verzelfstandiging mondt uit in nieuwe
statuten en de installatie op 25 november 1972 van een Vlaamse Gemeenschapsraad.
Sindsdien heeft het Belgische Rode Kruis twee zelfstandige vleugels met een eigen
Franstalige en Vlaamse (en een beperkte gemeenschappelijke) werking. De aanpassing
van de statuten in 1993 geven het Belgische Rode Kruis een volwaardige federale
structuur. De naam Rode Kruis-Vlaanderen wordt ingevoerd.
Sinds 1972 groeide de vereniging in Vlaanderen bliksemsnel. Gedurende heel zijn
bestaan heeft het Rode Kruis zich aangepast aan de evoluties en de snel veranderende
noden in de samenleving. Ook vandaag is het Rode Kruis nog volop in beweging met
nieuwe accenten, opdrachten, structuren... Het wil steeds klaar staan voor nieuwe
uitdagingen die zullen opduiken. Maar één zaak blijft altijd hetzelfde: het Rode
Kruis springt in de bres voor mensen in nood, wàt er ook gebeurt.